dinsdag, maart 25

zondag, maart 23

widespread support
dressed the same way
what am I thinking about ?
freedom of movement

acceptable
no one to blame for
it came from me
a way of using my life

take care
my own kind of courage
thoughts in mind

there was this period
impossible binds
returning to as it was
minimise risks

old houses
what do they look like ?
well sheltered
things that matter

dinsdag, maart 18

the only thing
that's right
as if there is a choice
on it goes
I love it
it is really slippery
I have to keep going
no direction

het is nooit echt routine
geworden
beginnen bij het begin
ik corrigeer de fouten niet

aan iets anders denken
geen plek voor vermoeidheid
met gerust hart
hoofdzakelijk geilheid ?
dat is het niet alleen
wat is er gaande ?
het is om zeg maar
een beter leven
te hebben
vrij heftig
sommige dingen
vergeet ik nooit meer

het oude gezicht verlicht
zwarte ruimte
die sterren scheidt

mijn hoofd naar boven gericht
gedachten gaan terug
woorden herhalen
dezelfde woorden

maandag, maart 10

558

video
10
ik zou even kunnen rusten, tegen de eerstvolgende auto hangen, daarvoor gun ik me de rust niet, ik heb werk te doen, mijn makker ontmoeten, weer het felle licht, dat me het trottoir opgooit, weer, twintig tegels voor niets, twintig keer de ene voet na de andere, even stilstaan, als dat al mogelijk zou zijn, dat valt niet te verwachten, geen geduld, lopen is mijn lot, naar voren gaan is beter gezegd, ik kan niet zeggen dat wat ik doe op lopen lijkt, naar voren gaan, stilstaan is eigenlijk meer mijn aard, ik zou er veel voor over hebben, kunnen hebben, al weet ik niet wat, wat ik er voor over zou kunnen hebben, een soort vaart, niet meer dan een soort, amper noemenswaardig, mijn naar voren gaan heeft een vaart,
niet te stuiten, amper noemenswaard, schuifel ik, schuiven mijn voeten, verschuif ik mijn voeten,
een nieuwe poging,

zondag, maart 9

9
ik slinger het trottoir weer op, duidelingwekkend, een tweede poging zoals gewoonlijk in het voorraam is zinloos, onmogelijk ook, de tijd tussen nu en de volgende gelegenheid heb ik nodig om te herstellen, die tijd tot de volgende auto schat ik op twintig tegels, twintig tegels, elk ter grootte van een voet, mijn voet, ik moet me staande zien te houden, niet stilstaan, de tegels helpen, de ene voet na de andere, makkelijker gezegd dan gedaan, hoeveel tijd heb ik? en valt het moment van mijn aankomst wederom samen met die van mijn metgezel? op de een of anderen manier klopt hier iets niet, ik bedoel met mijn metgezel, of met mij, ik heb barstende koppijn, de verblindende zon verblindt mijn toch al moeizaam werkende hersenen, nog even en ik bereik de volgende autoruit, tegel voor tegel, voet voor voet, mijn handen vooruit gestoken, ik wil niet weer mijn hoofd stoten, van een aanloop is nu geen sprake meer, het is wel wat ik wil, maar niet wat ik doe, ik doe wat ik kan, niet wat ik wil, zowel mijn linker als mijn rechter voet willen niet meer, ik bedoel dat ze niet meer omhoog kunnen, ik krijg ze niet omhoog, niet meer, mijn hoofd is tegelijkertijd licht en zwaar, met moeite volg ik de tegels, voet voor voet, schuifelend als een blinde, verblinde,

zaterdag, maart 8

8
ik slenter,
laat ik er van uitgaan dat dat nu is,
ik slenter dus, beter gezegd ik slinger langs de auto's, die langs de stoeprand staan, opzoek naar mijn metgezel, verblind door het zonlicht dat door het glas wordt weerkaatst, de ene poging na de andere mislukt, het geslinger neemt toe, volhouden, niet opgeven, steeds, vlak voordat ik een nieuw autoraam nader, kijk ik snel even weg om het felle zonlicht in mijn ogen te vermijden, uit te stellen, steeds als ik dat doe is het alsof ik mijn metgezel zie, in een flits, ik weet dat het niet kan, maar toch, door de felle zon ben ik het contact met de omgeving kwijtgeraakt, zo goed als kwijtgeraakt, ik concentreer me op de autoruiten, door het gedoe met het zonlicht en mijn geslinger, mede daardoor, heb ik al een paar keer mijn hoofd gestoten, duizelig blijf ik mijn weg zoeken, volhouden, nog net helder genoeg besluit ik om te onderzoeken hoe het zit met mijn makker in een flits, ik richt me nu volledig op het moment net voordat ik in het verblindende licht kijk, ik neem als het ware een aanloop, slingerend nog steeds, dat wordt niet minder, wordt meer, daar is hij weer, weg, een kort moment maar, ik heb het gezien, hem, in het glas, overeenkomstig eerdere ontmoetingen, alleen sneller, korter, en dan weer het felle licht,
duidelingwekkend,

vrijdag, maart 7

7
er bestond al meer dan genoeg in mijn hoofd,
in het begin ontving ik weleens bezoek, toekomstige toekomstkundigen, maar discusiëren over de studie lag mij niet, nog steeds niet, ook ben ik niet zo'n prater, ik vroeg de deskundigen in wording te luisteren naar de in- en uitrijdende auto's, het geklepper van de roosters boven onze hoofden, dat was niet waarvoor zij zich interesseerden, de toekomst, daarover moest het gaan, niet mijn manier van doen, op den duur bleven ze weg, ze begrepen dat met mij niets te beginnen was,
dat is wat was,
mijn toekomst lag open, ongestoord kon ik mij daar op toeleggen, niet aan de universiteit, geen boeken, geen discussies, nee, niet mijn manier van doen, ik had zo mijn eigen methode om me te verdiepen in de toekomst en die heb ik nog, er komt geen einde aan, ik bedoel aan de toekomst, neem nou het voorval met de zwarte mercedes, de geschiedenis die ik u uit de doeken zou doen, nee, ik ben het niet vergeten, mijn geheugen is in orde, maar er komt veel bij kijken,

donderdag, maart 6

6
nee, ik zou niet meer zonder mijn makker in het glas willen, in het autoglas bedoel ik,
een afspraak maken is nooit nodig, wanneer een van ons beiden zin heeft, waar dan ook, we zullen er zijn, beiden, altijd, maar heel even, in het voorbijgaan, geen geëmmer, geen gehang, een kort weerzien is voldoende, onze voorkeur gaat uit naar auto's, onze enige afspraak, nu niet meer zoals vroeger in een en dezelfde straat van een en hetzelfde blokje-om, dat is wat was, sindsdien, ons eerste blokje-om, zijn we ons breder gaan oriënteren, mijn makker en ik...
onder druk van mijn ouders heb ik als kind vanalles willen worden, een beroep met toekomst, dat was hun wens, voor de vorm, ik wilde hen geen verdriet doen, besloot ik te gaan studeren, toekomstkunde, zij voelden natuurlijk nattigheid, toekomstkunde, je kunt me wat, ik heb heel wat moeten verzinnen om hen te overtuigen, uiteindelijk, omdat het toch een officiële studie betrof, stemden ze toe,
mijn weg in de toekomst was geopend, ik verhuisde naar de universiteitsstad, de eerste stad die ik zag na mijn geboorteplaats, in een hoek van de kelder onder een parkeergarage maakte ik mijn optrekje, een bed, een tafel, een stoel, mijn koffer, in deze ondergrondse ruimte leek de buitenwereld niet te bestaan, dat beviel me,

woensdag, maart 5

5
door het weerkerende karakter ervan, ik begon uit te zien naar het volgende moment dat deze auto mij zou voorbijgaan, zou moeten voorbijgaan, zou kunnen voorbijgaan...
in het voorbijgaan zocht ik naar de juiste afstand, de juiste afstand ten opzichte van de langs het trottoir geparkeerde auto's, een spel dat ik vaak speelde, speciaal in deze straat, vanaf mijn huis de eerste na de eerste hoek rechtsaf, de enige straat in mijn blokje-om waar doorgaans enkele auto's langs de stoeprand stonden, een spel met mijn spiegelbeeld, in het voorbijgaan keken wij elkaar even in de ogen, mijn metgezel en ik, weerspiegeld in de portierraampjes, het kwam op precisie aan, de juiste afstand, ik wilde er niet voor door de knieën gaan of op mijn tenen lopen, de ontmoeting moest als het ware toevallig plaatsvinden, in het voorbijgaan,
tussen twee auto's in deed ik alsof ik met iets anders bezig was, ik slingerde in zoveel mogelijk bochten over de breedte van het trottoir, naar de volgende auto, hopend op een vlekkeloos weerzien van mijn spiegelbeeld, lukte het niet in het eerste raam, dan stapte ik snel naar links of naar rechts om nog net even in het voorraam een glimp van mijn metgezel op te kunnen vangen,
nu nog, jaren later, speel ik dit spel als ik door de straten slenter,
4
dit om u ervan te overtuigen dat ik, wat betreft de tijdsduur van deze geschiedenis met de zwarte mercedes, vrij nauwkeurig ben,
zoals gewoonlijk dus, slenterde ik mijn blokje-om, toen ik bewust werd van datgene wat mij tot op de dag van vandaag zou bezighouden,
nu doet zich het probleem voor dat ik deze geschiedenis ergens moet laten beginnen, niet dat ik me de feiten niet herinner, maar op welk tijdstip is mij de mercedes gaan opvallen? was het al na de eerste keer dat hij voorbij reed of...?
je kunt voor een voorstelling van het een of ander een toegangsbewijs kopen en op een bepaald tijdstip, op een bepaalde plaats de aanvang van de uitvoering van wat dan ook meemaken, dan is het duidelijk, om zo en zo laat wordt mijnheer of mevrouw die of die toeschouwer en kijkt naar...,
in mijn geval was van dit alles geen sprake, toch is mij hier niet zomaar iets overkomen, ik had dan wel geen toegangskaartje voor dit gebeuren hoeven te bemachtigen, op een zeker ogenblik moet ik weldegelijk begonnen zijn met kijken naar iets dat de aandacht trok, tenminste mijn aandacht, ik werd toeschouwer, er gebeurde niets ongewoons, maar gaandeweg voelde ik mij als het ware gehecht raken aan het beeld van de zwarte mercedes, ik werd mij bewust van wat ik waarschijnlijk al enige tijd waarnam,

maandag, maart 3

3
met de waarschijnlijkheid dat ik deze herinnering met een andere verwar en ongemerkt combineer tot een nieuwe in feite niet bestaande herinnering,
een ding is zeker, op een middag van een maand in een jaar was ik er getuige van dat gedurende tenminste een uur een zwarte mercedes met vier inzittenden mij met regelmatige tussenpozen passeerde, ik was doende met mijn dagelijkse rondhangen in de wijk waar ik toen woonde, dat wil zeggen ik slenterde mijn blokje-om, daar deed ik gemiddeld anderhalf uur over, waarna ik mij naar boven begaf,
ik woonde op de eerste verdieping, daar verschanste ik mij, uitzonderingen daargelaten, in de voorkamer, de zogeheten zondagskamer, op een stoel voor het raam, dat uitzag op de straat waar ik zoëven nog rondhing, daar bleef ik dan tot etenstijd, rond zessen, naar buiten turen, over de zondagskamer kan het misschien een andere keer hebben, nu zou het de verwarring van herinneringen maar bevorderen,
als ik uit school om half vier thuis kwam, een boterham at, de straat op ging voor mijn blokje-om en daarna nog even in de voorkamer verbleef, dan moet er op zijn minst, na aftrek van de tijd die ik nodig had voor het eten van mijn boterham, de trap op en af lopen en mijn verblijf voor het raam, anderhalf uur overblijven voor mijn blokje-om,

zondag, maart 2

2
zij schijnen verzonken in eigen gedachten, waaraan denken ze? denken ze? nee, daar worden we nu niet veel wijzer van,
op zich niet ongewoon, een auto met vier inzittenden, onderweg, niemand die zich daarover zal verbazen, ware het niet dat deze auto een zich herhalende route volgt, dat moet voor de toeschouwer, zo deze aanwezig is, een opmerkelijke gebeurtenis zijn,
goed, in ieders dagelijkse omstandigheid herhalen details zich met de regelmaat van de klok, zonder dat ze worden opgemerkt, maar een voorval dat niet direct op hemzelf betrekking heeft en zich zo overheersend voordoet, kan de toeschouwer, vermits aanwezig, toch moeilijk ontgaan, regelmaat wordt verbroken, onherroepelijk maakt een spanning, in de door hem aanschouwde buitenwereld, zich van hem meester, de toeschouwer aanschouwt zonder te weten waarom, wanneer en hoe hij toeschouwer is geworden, zou dit voorval ook plaats hebben gevonden zonder zijn aanwezigheid? op zich niet ongewoon, een auto met vier inzittenden, onderweg,
nu ik eenmaal in de situatie verkeer toeschouwer te zijn geweest, kan ik niet nalaten u, voor zover mij heugt, verslag te doen van hetgeen mij overkwam,

zaterdag, maart 1

1
hetzelfde geronk van de automotor, hetzelfde uitzicht, dezelfde bestemming?
drie identiek geklede mannen houden zich ergens, tussen dood en geboorte, in dezelfde toestand op,
drie gelijk geklede mannen en de chauffeur, onderweg, van waar naar waar?
waarom manifesteren zij zich op deze wijze? daar moet een reden voor zijn,
ze zijn niet van dezelfde leeftijd, bij nadere beschouwing blijkt de passagier direct achter de chauffeur de oudste van het gezelschap te zijn, ongeveer zestig jaar, naast hem zit een jongeman, hij is ongetwijfeld de jongste, de passagier naast de chauffeur bevindt zich, wat zijn leeftijd betreft, om en nabij de veertig, tussen de twee personen op de achterbank,
zijn zij familieleden? waarom zijn ze samen onderweg? drie in het zwart geklede mannen, in zichzelf gekeerd turen ze naar buiten, stilte,
de chauffeur, die even oud als de passagier naast hem moet zijn, draagt een in dit gezelschap opvallend wit kostuum, hij lijkt niets van doen te hebben met zijn reisgenoten, maar heeft hier iemand iets gemeen met iemand? stilte,
niets is duidelijk hieromtrent, drie identiek geklede mannen en een chauffeur, onderweg, gesproken wordt er niet,
me inpassen
hopen op eeuwigheid
een dwaling
meer ziel
wat verbindt ?
meer ziel
rookgordijn
toeval ?
versimpeling
steeds dezelfde
eigen drijfveren vinden
met vuur spelen
oog voor realiteit


Pagina's